Effectief Weigeren

Afgelopen zomer was ik op reis in Portugal. Lopend en met de duim. Ik liftte van noord naar zuid en genoot van alle gastvrijheid die ik ontving. In die drie maanden heb ik geen geld uitgegeven, behalve een enkele keer als ik geld van derden kreeg en een pauze nodig had. Zelf had ik niets.

Plannen had ik evenmin en zo kwam ik van het ene avontuur in de andere terecht en omdat ik open was om nieuwe mensen te ontmoeten, ben ik heel wat karakters tegengekomen bij wie het effectief weigeren in de vingers zat.

Bijvoorbeeld de man in Porto die op een bankje zat en vanaf dat bankje de hele wereld in zijn handen had.

Hij wist me precies te vertellen waar ik gratis mijn ontbijt, lunch en avondeten vinden kon en waar de beste slaapplekken waren. Jaren leefde hij al zo, zittend op dat ene bankje. De halve wereld had hij rondgereisd, baantjes had hij ook gehad en huisjes insgelijks. Maar waarom zou hij met die ‘rat race’ meedoen, zoals hij het noemde, als hij alles al had door niets te doen?

En een andere jongen, van mijn leeftijd, die al drie jaar door Portugal heen trok, een paar uur per dag op een pleintje zat met een bakje voor wat geld en aan drie euro genoeg had. Zo leefde hij, en zo was hij gelukkig. Dit was zijn bestemming, vond hij.

Lopend door de bergen ergens in de binnenlanden kwam ik een andere man tegen. In een oud half verlaten dorpje met twintig huisjes. Al dertig jaar woonde hij daar, hij was net zo oud als ik toen hij daar aankwam. En zijn huisje had hij gedoopt als “Fim del Mundo”, het einde der wereld. Weinig mensen heb ik in mijn leven gezien die zo gelukkig leken als hij.

En tweemaal had ik in Portugal zelf ook zo’n plekje gevonden; zonder ernaar op zoek geweest te zijn. De eerste was boven op een heuvel in het noorden van het land. Ik vond er een grot, vers water en genoeg land om mezelf bezig te houden. Na een dag van meditatie had ik het gevoel dat ik hier veel langer blijven kon.

Een tweede plek vond ik aan de kust in de duinen, tussen Lissabon en Algarve. Vers bronwater, makkelijk om vis te vangen en voldoende plek om me effectief van de maatschappij te ontsluiten.

Niet dat ik daarnaar op zoek was, maar het voelde gewoon gewoon goed om daar te zijn, en daar te blijven. In niemandsland, in de natuur, in een bos, bij de zee, in de duinen, leven met het ritme van de zon en de maan. Leven met wat de natuur je geeft, wat mensen je geven. Leven met wat je jezelf geeft. Leven met niets, leven met alles wat het leven je geeft.

Maar ik ging door, wilde niet op een punt blijven. En zo trok ik voort van dorp naar dorp, van stad naar stad. Mijn eten kreeg ik van mensen onderweg en van restaurants en lokale markten. Ik sliep waar de weg mij bracht en had het gevoel dat de reis nooit over was.

Een dag werd ik aangesproken door een mevrouw, ze nodigde mij uit voor soep met brood. De dag daarvoor had ze mij in een restaurant gezien waar ik om eten vroeg. Ze vond het onverantwoord wat ik deed en vroeg zich af wat er van me komen zou als ik zo door zou gaan. Ook zei ze iets anders, dat het leven niet alleen draait om krijgen, maar ook om geven en dat dit geven en nemen in balans moest zijn. En dat dit een universele regel was.

Ze bood me daarop werk aan in haar tuin in Sintra en zou mijn busticket betalen. Door voor haar te werken, zou ik een goedkoop vliegticket kunnen boeken om terug naar huis te gaan. Leuk aanbod en heel aardig van haar. Maar waarom zou ik terug naar huis willen, en waarom vliegen? Als ik reis, ga ik met de duim omhoog, liftend. Of met de benenwagen, dan wel per fiets. Maar vliegen?

Het voelde alsof mij een exit-plan geboden werd. En ik wilde juist verder gaan. En ik leerde dat je niet altijd alles hoeft aan te nemen wat je ook daadwerkelijk aangeboden krijgt. Dat je alleen altijd datgene moet doen wat juist voelt. Of zoals Thoreau zegt: “The only obligation that I have a right to assume, is to do at any time what I think right”.

En hoe meer je dit doet, alleen datgene doen wat goed voelt (en goed doet), wat jij denkt juist is; dan volg je je hart en je dromen. En zoals Thoreau dat zegt, doe ik dat altijd met zelfverzekerdheid. “Go confident in the direction of your dreams. Life the life you imagined.”

En zo vervolgde ik mijn pad, zelfbewust, zelfverzekerd. En alleen datgene doen wat juist voelt. En zo ontdekte ik een andere regel van Thoreau: “As you simplify you life, the laws of the universe will be simpler” en werd ik een paar dagen later herinnerd aan wat de vrouw tegen mij zei over geven en nemen, toen ik wakker werd in een bos en op de weg een man tegenkwam die hulp nodig had. Uit Groningen kwam hij en net als ik was hij met zijn vrouw zijn droom aan het volgen, op zoek naar het simpele leven maar dan op zijn Hollands: met een levensgrote camper, een huis op wielen van alle gemakken voorzien.

Maar hij had een probleem, hij wilde graag bij een stand plek komen die we wel konden zien maar hij had geen idee hoe daar te komen. Gezamenlijk liepen we ernaar toe, en ik hielp hem verder. En dat hielp mij ook weer verder, want precies daar waar we afscheid namen en hij weer terugliep, zaten twee jongens heerlijk in de zon een ontbijtje klaar te maken.

“Hey jongens”, zei ik in het Engels. “Mind if I join you?

En zo vloeide geven moeiteloos over in delen. We deelden koffie, broodjes en goede gesprekken. Het waren twee jongens uit Berlijn, op reis met hun auto door Portugal, Spanje en Frankrijk. Op zoek naar vrijheid, strand, zon en parties. Ik vertelde over hoe ik reisde en zij gaven mij een term die ik nooit zal vergeten: “Aber du bist ein Aussteiger!

Aussteiger. Zo’n mooi woord had ik nou nog nooit uit een Duitse mond gehoord. En wat betekent dat nu in het Nederlands? Ik zocht het op: uitstapper, weigeraar, afhaker, terugtrekker. Maar in het Duits klinkt het zoveel beter, alsof het een manier is om boven jezelf uit te stijgen. Effectief weigeren om boven jezelf uit te stijgen.

Uitstijgen

Maar wat is het dan dat ik weiger? En hoe gebruik ik die weigering om buiten het gangbare systeem uit te stijgen?

Tijdens deze reis weigerde ik om geld te gebruiken, en zo kwam ik tot een reis die mij meer gaf dan geld ooit geven kan: mensen die onbevangen delen. En ik ontdekte alternatieve manieren om aan mijn behoeften te komen. Voedsel, kleding en onderdak waren de dingen die ik gewoon kreeg, van andere mensen. Alleen maar door erom te vragen.

Maar deze reis en zo'n levensstijl stond voor mij niet op zichzelf en kwam niet zomaar uit zichzelf. Al ruim drie jaar woonde ik in een huis waar geven en delen centraal staan. Waar delen de heersende cultuur is.

Een huis waar we weigeren deel te nemen aan de cultuur van de ellebogen en ikke, ikke, ikke.

Dit begon toen ik een woning hier in Amsterdam kreeg en deze vrijwel direct openstelde aan mensen die veel reizen, nomadisch zijn. Maar in plaats van ze binnen te halen als gasten, als bezoekers, heb ik het alternatief opgezocht. Ik weigerde om gastheer te spelen. Zodra jij bij mij binnenkomt, delen wij dat huis en zijn we allemaal gelijk, zijn wij allemaal gastheer of gastvrouw van elkaar.

Dankzij die opstelling en het onvoorwaardelijk openstellen van dit huis voor de zeg maar "juiste mensen" - de mensen die het aankunnen om zo te leven en het eigenlijk ook wel een beetje zat zijn om als gast te worden behandeld als ze ergens nieuw komen, en in plaats daarvan zelf ook willen hosten, en willen bijdragen aan een plek waar ze zijn.

Mensen die dus weigeren om een plek te consumeren en in plaats daarvan ernaar hunkeren om veel gezamenlijk te doen, waarbij het onderscheid tussen consument en producent opgegeven wordt.

Mensen die zelf schepping willen geven aan de wereld waarin we leven. En dus niet hier zijn om autoriteit te accepteren, en de wereld als een gegeven te beschouwen. Maar eentje waarin we zelf vormgeven hoe wij leven. Mensen die dus weigeren een product te zijn.

En dat zijn dus ook mensen zoals Thoreau die de wildernis opzoeken en manieren vinden om daar te overleven. Maar om heel eerlijk te zijn, hoe dit te doen is makkelijker dan het waarom. Want leef je bijvoorbeeld zonder geld dan komen de alternatieven haast uit zichzelf op je af.

Door bijvoorbeeld te weigeren kleding te kopen, ga je vanzelf op zoek naar de alternatieven, zoals kleding ruilen, en zelf kleding maken.

Door te weigeren eten te kopen, ga je op zoek naar eten, door erom te vragen, of om door het afval van de markten en winkels te gaan, waar heel veel bruikbaar voedsel weggegooid wordt. Of door het zelf of gemeenschappelijk te verbouwen, en daaromheen netwerken te bouwen van voorzienigheid. En door het weigeren een auto te gebruiken, kom je ook vanzelf op de alternatieven uit.

Of: door te weigeren een baan te accepteren, omdat je bijvoorbeeld niet voor een baas wil werken maar samen wil werken met anderen als gelijken, dan ga je door zo'n opstelling ook vanzelf zoeken naar de alternatieven om toch in je levensbehoeften te voorzien.

Of: door te weigeren naar school of de universiteit te gaan, ga je vanzelf op zoek naar alternatieven om jezelf te onderwijzen.

Dankzij dit proces van weigeren ga je bovendien op zoek naar mensen die dezelfde route bewandelen en ga je vervolgens samen op zoek naar manieren om alternatieven te vinden en structuren op te bouwen die het voor méér mensen mogelijk maakt om zo te leven.

Neem bijvoorbeeld vrije software. Dat is een sociale beweging van programmeurs die ontstond omdat ze het beu waren dat ze niet langer de broncode mochten inzien van applicaties en stuurprogramma's die ze gebruiken. En daarom zelf ervoor kiezen die programma's te schrijven, en tegelijkertijd de broncode delen met de wereld en het iedereen mogelijk maakt om bijdragen te leveren.

Die beweging is nu bijna net zo groot als de arbeidersbeweging van vroegere tijden en de consequenties hiervan kunnen wellicht nog veel groter worden dan we tot nu toe hebben gezien.

En op kleine schaal, zoals bijvoorbeeld wat ik met mijn huis gedaan heb - binnen de beperkingen die ik heb toch het maximale proberen daaruit halen. Door het mogelijk te maken voor mensen om te leven zoals ze zelf willen leven, zonder de afhankelijkheid aan het systeem van geld, concurrentie en de ik-mentaliteit.

Maar zoals ik al zei, het waarom is moeilijker te omvatten dan het hoe.

Want waarom werken de meeste mensen nog altijd? Om geld te verdienen.

Maar waarom willen wij geld? Om aan de eisen van het systeem te voldoen zoals bijvoorbeeld huur en een verplichte gezondheidsverzekering, en om aan onze behoeften te voorzien.

En als we nu alternatieven hebben om in onze behoeften te voorzien, waarom zouden we dan nog steeds werk accepteren? Of op zijn minst: minder werken en alleen werk doen wat nut heeft. Direct nut. Werk dat een werkelijke bijdrage levert aan de samenleving.

Maar waarom zouden we dan moeten stoppen met deelname aan dit systeem? Omdat het systeem waarin we met zovelen vastzitten ons ontkent. Het systeem weigert mij als mens te erkennen. Het maakt het niet mogelijk, voor iedereen, om gewoon mens te zijn. Vrij te zijn. Autonoom te zijn. Zelfbeschikkingsrecht te hebben.

Omdat dit systeem, gebaseerd op interne tegenstrijdigheden, leidt tot een degradatie van onszelf en de wereld om ons heen.

En ik weiger om daar nog langer aan deel te nemen. Ik weiger om daarin mee te doen. En ik help de mensen die dit ook niet meer willen doen.

Ik help de mensen om uit te stappen, om aan zichzelf en dit systeem te ontstijgen.

Noot: Dit verhaal is een onvoltooide bewerking van een voordracht over Henry Thoreau, 1 mei 2011 in Theater Perdu.

Reacties

Hallo schrijver van dit stuk, Prachtig! Stel je nog steeds je huis in Amsterdam beschikbaar om samen met mensen te leven en te delen? Graag zou ik met je in contact komen.

Hallo Mariska,

Volgens mij hebben wij dezelfde vragen. Ik zou graag met jou in contact komen.

Ik wou dat iedereen zo dacht, Gelukkig kan ik nog over mijn zelfstandigheid beschikken, Ik leef in vrijheid van tijd..ik werk alleen wanneer het voor mij nut heeft. Ik ben er voor de mensen en de mensen zijn er voor mij. Het is jammer dat veel mensen een andere kijk op het leven hebben en zich volkomen richten op het materialisme, terwijl het leven en de natuur zoveel te bieden heeft. Respect voor iedereen die toch uit het systeem probeert te komen. Je moet doen waar je goed in bent al is het maar voor de medemens. Al zegt het systeem doe het zo! Ga er tegen in! Het leven is dan veel minder stressvol als je het aanhoudt om tegen het systeem in te gaan die voor jou specifiek bedoeld is, nu het nog kan.

Het is natuurlijk geweldig om zo zonder geld te leven maar laten we wel realistisch blijven: de mensen die dit doen, leven per gratie van mensen die wel spullen, eten en onderdak hebben.
Als iedereen zo zou leven, zoals hier iemand in een reactie als wens uit dan zou het dus totaal niet werken.
Er zullen altijd mensen nodig blijven die geld verdienen en willen delen met minderbedeelden, het één kan niet zonder het ander.
Neemt niet weg dat mensen die zo vrij en onbezorgt leven te benijden zijn.

Het krediet dat doorliep

Eerst was er niets. Zelfs het luchtledige was er nog niet. Maar plotseling was er iets, eerst nietig en klein maar tegelijkertijd groot en alomvattend. Het gaf en het nam. Tot het aan zijn einde kwam.

Dit is het verhaal van het krediet dat altijd maar doorliep. Er kwam gewoon geen eind aan. Het krediet zag het licht met een handtekening op papier, met een druk op de knop en de extra nullen op de bankrekening.

Het krediet was blij. Het keek rond, snuffelde hier en rook nog eens daar. Het voelde allemaal erg goed aan. Het krediet dacht verder niet na, het was gewoon zonder poespas in staat om lopend altijd te bestaan.

Die andere wereld

Hoe is het om aan de andere kant van de wereld te zijn en daar om eten te vragen? Ik heb het zelf nog niet meegemaakt maar op televisie zie ik het tafereel, van drie Nederlandse jongens op avontuur in Zuid-Afrika die hun eten (met moeite) delen met de lokale bevolking. Ze ontmoeten daar de lokale bevolking maar ook Nederlanders die ervoor kozen om naar Zuid-Afrika te emigreren.

“Het is wel heel veel eten. Dat krijgen we nooit op”, zegt een van de drie jongens.

Fast Food

Bliep-bliep-bliep. Een pak koeken, melk, twee zakken croissants, een brood, nog een pak koeken, piep-piep-piep, de producten gaan een voor een over een scanner terwijl een scherm de prijs laat zien.

“Dat is dan eenentwintig euro en vijfenveertig cent”, zegt de kassamevrouw. Ze kijkt onderwijl naar de klant op een manier die je niet echt inspirerend kan noemen. De ogen van de klant kijken naar de handen van de mevrouw. Geld wisselt zich van handen om daarna direct in een la te verdwijnen.

Klassiekers uit de Afval

Nog geen tien meter verder, terwijl de Bulgaar nog aan het inladen is, houd ik me opnieuw stil. Dozen vol met boeken liggen voor mijn voeten. Zo veel dozen zelfs dat boeken ook over de grond verspreid liggen; de sporen van een vorige speurder. Mijn mond valt nog verder open van verbazing als ik een paar boeken in mijn hand neem. Harry Potter in meerdere delen lacht mij vanaf een harde kaft toe, en snel schieten mijn handen ook door de andere boeken waaronder klassiekers zoals Asimov's “Foundation” en Castaneda's “The Teachings of Don Juan”.

De Waarde van Geld

Het was inmiddels negen maanden geleden dat ik geld in mijn handen had gehad. Dat ik geld gevoeld had, aangeraakt had, het knisperende geluid van briefgeld hoorde en het papier in mijn handen voelde. Het was zo lang geleden dat ik van schrik niet wist ik wat ik ermee moest.

Het geld was niet eens mijn eigen geld. Ik was te gast bij vrienden in Lyon en het was mijn beurt om naar de markt te gaan en inkopen te doen. Ik accepteerde het, want vond dat ik geen slaaf mocht zijn van mijn principes.

Effectief Weigeren

Afgelopen zomer was ik op reis in Portugal. Lopend en met de duim. Ik liftte van noord naar zuid en genoot van alle gastvrijheid die ik ontving. In die drie maanden heb ik geen geld uitgegeven, behalve een enkele keer als ik geld van derden kreeg en een pauze nodig had. Zelf had ik niets.

Plannen had ik evenmin en zo kwam ik van het ene avontuur in de andere terecht en omdat ik open was om nieuwe mensen te ontmoeten, ben ik heel wat karakters tegengekomen bij wie het effectief weigeren in de vingers zat.

Het Wachten Waard

De auto’s leiden hun eigen leven, de mensen in de blikken gevaarten zien mij niet en gaan gewoon door op hun eigen weg. Onbekommerd over deze jongen die zo vriendelijk naar ze glimlacht en af en toe zwaait. “Wat wil hij toch van ons”, spreken hun ogen.

De enige die stoppen zijn lokale bewoners die nergens heengaan maar wel zo vriendelijk zijn om een praatje te maken. “Hij heeft vast hulp nodig”, is wat zij denken.